Het industriële verleden van de regio, met zijn grauwe arbeiderswijken en smog, behoort tot het verleden. Hoewel de industrie nog steeds prominent aanwezig is, zijn veel oude fabrieken en mijnen gesloten en hebben ze plaatsgemaakt voor groene landschapsparken en moderne woonwijken.
De rijke industriëlen legden zich toe op het verzamelen van hedendaagse kunst.
De resultaten van die verzameldrift kunnen we zien in prachtige musea in Essen, Hagen en Duisburg. Op deze reis maken we niet alleen kennis met de bijzonder rijke kunstcollecties, maar ook met een industrieel verleden dat zijn weerga niet kent.
Tegen het einde van de negentiende eeuw deed zich een spectaculaire verandering in de kunst in Europa voor. Impressionisme en expressionisme, art nouveau en art deco kwamen tevoorschijn. De moderne industriëlen, bankiers en andere ondernemers waren steeds vaker juist in het nieuwe geïnteresseerd. Zij begonnen collecties van in hun tijd hedendaagse kunstenaarts aan te leggen. Een ervan was de bankier Karl Osthaus uit Hagen. Hij legde een prachtige verzameling aan van Jugendstil tot de expressionisten. In Hagen bouwde hij een museum, een ontwerp van de beroemde Belgische architect en schilder Henri Van De Velde, dat hij Folkwang noemde. Een verwijzing naar het verblijf van de Noordse goden in de Germaanse mythologie. Osthaus overleed in 1921. Na zijn dood verkochten zijn erfgenamen de collectie aan de stad Essen waar sindsdien het Folkwang Museum is gevestigd.